Les 5 van 8
Verkeerstekens en aanwijzingen op de motor
Borden, strepen, verkeerslichten en matrixborden vertellen je wat mag en wat niet. Je leert welke tekens het zwaarst wegen en welke borden je als motorrijder vaak ziet.
Wat gaat voor wat?
Niet alle tekens wegen even zwaar. Een aanwijzing van de politie of een verkeersregelaar gaat altijd voor. Daarna komen verkeerslichten, dan borden en strepen, en pas daarna de gewone verkeersregels.
Staat het licht op groen en geeft een verkeersregelaar je een stopteken? Dan stop je.
- Aanwijzingen van politie en verkeersregelaars
- Verkeerslichten
- Verkeersborden en markeringen
- Gewone verkeersregels
Borden die je vaak ziet
Leer vooral de betekenis van het bord, niet alleen de vorm. Op het examen gaat het vaak om het verschil tussen twee borden die op elkaar lijken.
| Bord | Betekenis |
|---|---|
| Stopbord (B7) | Altijd stoppen en voorrang verlenen aan verkeer op de kruisende weg |
| Einde voorrangsweg (B2) | Je hebt niet meer automatisch voorrang |
| Parkeerverbod (E1) | Niet parkeren, wel even stilstaan om iemand te laten in- of uitstappen |
| Stopverbod (E2) | Helemaal niet stilstaan |
| Inhaalverbod (F1) | Inhaalverbod voor motorvoertuigen, een fietser mag je wel inhalen |
| Verplicht fietspad (G11) | Niet voor motoren, jij rijdt op de rijbaan |
| Erf (G5) | Parkeren alleen op plekken die daarvoor zijn aangegeven |
| Rotondebord (D1) | Alleen de rijrichting, de voorrang volgt uit haaientanden of borden |
Snelheden zonder borden
Staat er geen bord, dan gelden de standaardsnelheden. Een bord langs de weg kan een lagere snelheid aangeven.
| Weg | Maximum voor je motor |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/u |
| Buiten de bebouwde kom | 80 km/u |
| Autoweg | 100 km/u |
| Autosnelweg | 130 km/u, tenzij borden iets anders aangeven |
Strepen en haaientanden
Een doorgetrokken streep mag je niet overschrijden, ook niet om een fietser in te halen. Een onderbroken streep mag je wel overschrijden als het veilig is.
Haaientanden zijn witte driehoeken op de weg. Ze betekenen dat jij voorrang moet verlenen aan het verkeer op de kruisende weg. Dan geldt dus niet dat verkeer van rechts voorgaat.
Verkeerslichten en matrixborden
Geel licht betekent stoppen. Alleen als je zo dichtbij bent dat stoppen niet meer redelijk kan, rijd je door.
Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat je die strook niet mag gebruiken. Ook als je verderop niets ziet, kan daar een ongeluk of pechgeval zijn.
Toont een matrixbord boven je rijstrook een lagere snelheid dan het bord langs de weg, dan houd je je aan die lagere snelheid.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat je bij een stopbord alleen hoeft te stoppen als er verkeer aankomt.
- Parkeerverbod en stopverbod door elkaar halen.
- Denken dat een rotondebord altijd betekent dat het verkeer op de rotonde voorrang heeft.
- Bij een rood kruis doorrijden omdat er niets te zien is.
- Gas geven bij geel licht om het nog te halen.
Bronnen: wetten.overheid.nl, anwb.nl, rijkswaterstaat.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.