Les 4 van 8
Veilig motorrijden en noodsituaties
Lichten, signalen, helm en kleding, afstand en remmen. Plus wat je doet als het misgaat.
Lichten en signalen
Rijd overdag met dimlicht. Zo val je beter op voor andere weggebruikers.
Groot licht mag alleen 's nachts, als je geen tegenliggers hebt en niet dicht achter iemand rijdt. Je claxon en lichtsignalen gebruik je alleen om dreigend gevaar af te wenden.
| Licht | Wanneer mag het |
|---|---|
| Dimlicht | 's Nachts en overdag bij ernstig slecht zicht, en verstandig om altijd te voeren |
| Groot licht | 's Nachts zonder tegenliggers en niet dicht achter een ander |
| Mistlampen vóór | Bij ernstig slecht zicht door mist, sneeuw of regen |
| Mistachterlicht | Alleen bij mist of sneeuwval en minder dan 50 meter zicht |
Helm, kleding en telefoon
Jij en je passagier dragen allebei een goedgekeurde helm die goed past en met de sluiting vastzit. Een losse helm voldoet niet aan de wet.
Draag een motorpak met CE-gekeurde protectoren, stevige handschoenen en laarzen met grip. Je telefoon mag je tijdens het rijden niet vasthouden.
Afstand en snelheid in meters
Reken km/h om naar meter per seconde door te delen door 3,6. Bij 90 km/h rijd je 25 meter per seconde. Eén seconde schrikken kost je dus al 25 meter.
Houd minstens twee seconden afstand. Tel vanaf het moment dat je voorganger een vast punt passeert. Achter een vrachtauto neem je ongeveer een seconde extra.
Remmen en bochten
Rem vóór de bocht, terwijl je motor nog rechtop staat. In de bocht heb je weinig grip over om te remmen.
Kijk door de bocht naar het punt waar je heen wilt. In een noodstop met ABS rem je krachtig door. Het systeem voorkomt dat je wielen blokkeren en houdt je motor bestuurbaar.
Gezien worden
Veel ongelukken gebeuren omdat een bestuurder een motor niet ziet. Rijd niet langer dan nodig schuin achter een auto in de dode hoek.
Houd rekening met geparkeerde auto's waarin iemand zit. Die kan plotseling wegrijden of een portier openen. Kijk ook vaak in je spiegels, vooral als je remt voor een file.
Als het misgaat
- Bij een ernstig ongeval bel je 112 en ga je zelf op een veilige plek staan.
- Gewonden laat je in hun voertuig zitten, tenzij er direct gevaar is.
- Bij pech: alarmlichten aan, motor zo ver mogelijk rechts, wachten achter de vangrail.
Veelgemaakte fouten
- Overdag groot licht voeren om beter op te vallen.
- Het mistachterlicht aanzetten bij gewone regen.
- Remmen midden in de bocht terwijl je motor schuin hangt.
- Pompend remmen op een motor met ABS.
Bronnen: wetten.overheid.nl, anwb.nl, anwb.nl, anwb.nl, anwb.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.