Les 3 van 7
Weer en informatiebronnen voor de schipper
Je leert drukgebieden, fronten, wolken en mist herkennen. Ook weet je welke bronnen je aan boord nodig hebt voor een veilige tocht.
Hoge en lage druk
Rond een lagedrukgebied stroomt de lucht in een spiraal naar het centrum. Die lucht stijgt op en vormt wolken en regen.
Liggen de isobaren dicht bij elkaar, dan is het drukverschil groot en waait het hard. In het centrum van een depressie valt de wind vaak even weg.
Wet van Buys Ballot: met de wind in je rug ligt de lage druk links. Dat geldt op het noordelijk halfrond.
Ruimen en krimpen
- Ruimen: de wind draait met de klok mee, bijvoorbeeld van zuidwest naar noordwest.
- Krimpen: de wind draait tegen de klok in, bijvoorbeeld van zuid naar oost.
Fronten
| Front | Op de kaart | Wat merk je? |
|---|---|---|
| Warmtefront | Lijn met halve rondjes | Hoge sluierbewolking die dikker wordt, lichte regen, slechter zicht |
| Koudefront | Lijn met driehoekjes | Buien, wind ruimt plotseling, daarna koeler en beter zicht |
| Occlusie | Driehoekjes en halve rondjes om en om | Koudefront heeft warmtefront ingehaald |
Wolken
- Cirrostratus: hoge sluier van ijs, soms met een halo. Vaak een voorbode van een front.
- Altostratus: egale, middelhoge sluier.
- Stratus: lage, grijze laag, vaak uit opgeloste mist.
- Cumulus: stapelwolk met vlakke onderkant.
- Cumulonimbus: zeer hoge stapelwolk met aambeeld. Vaak onweer, hagel en windstoten.
Mist
Bij mist is het zicht minder dan 1000 meter. Stralingsmist ontstaat in heldere, windstille nachten boven land.
Advectiemist ontstaat als warme, vochtige lucht over koud water stroomt. Op zee zie je dat vooral in het voorjaar.
Zelf een verwachting maken
Op een weerkaart zie je drukgebieden, isobaren en fronten. Trekt een depressie naar je toe, dan daalt de luchtdruk en neemt de wind meestal toe.
Komt een warmtefront eraan, dan zie je eerst hoge sluierbewolking. Daarna volgt vaak regen. Na het koudefront komen buien en ruimt de wind, vaak naar west of noordwest.
- Kijk naar de afstand tussen de isobaren voor de windkracht.
- Kijk naar de fronten op je route en hoe laat ze aankomen.
- Haal voor vertrek altijd een actuele weersverwachting op en luister onderweg naar de weerberichten.
Bronnen aan boord
De Dienst der Hydrografie geeft elke week de Berichten aan Zeevarenden uit. Daarmee houd je zeekaarten en nautische boeken bij. Dat werkt alleen voor de actuele editie.
De HP33 Waterstanden en stromen verschijnt elk jaar opnieuw. Gebruik altijd de uitgave van het jaar waarin je vaart.
Veelgemaakte fouten
- Ruimen en krimpen verwisselen.
- Denken dat het in het centrum van een depressie het hardst waait.
- Een oude kaarteditie bijwerken met de nieuwste BaZ.
- Stralingsmist en advectiemist door elkaar halen.
Bronnen: knmi.nl, knmi.nl, knmi.nl, knmi.nl, knmi.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.