Les 4 van 7
Kaartlezen: zeekaarten van de 1800-serie
Op het examen werk je met fragmenten van echte kaarten uit de 1800-serie. Je moet breedte, lengte, schaal, dieptes en de belangrijkste kaarttekens snel herkennen.
Breedte en lengte
Elke positie bestaat uit een breedte en een lengte. De breedte zegt hoe ver je ten noorden of zuiden van de evenaar zit. De lengte zegt hoe ver je ten oosten of westen van Greenwich zit.
Je schrijft altijd eerst de breedte en dan de lengte, in graden, minuten en tienden van minuten. Bijvoorbeeld 53°10,4'N 005°02,7'E.
De breedte lees je op de schaal aan de linker- of rechterkant van de kaart. De lengte lees je op de schaal boven of onder.
Zeemijl en afstand meten
Een zeemijl is 1852 meter. Dat is ongeveer de lengte van 1 minuut breedte. Een knoop is 1 zeemijl per uur.
Meet afstanden altijd op de breedteschaal aan de zijkant, op dezelfde hoogte als je traject. Een minuut lengte is in Nederland maar ongeveer 0,6 zeemijl, dus de lengteschaal geeft een fout antwoord.
Op de kaart van het Markermeer werk je meestal in kilometers en km/h. Op de Waddenzee in zeemijl en knopen.
| Begrip | Waarde |
|---|---|
| 1 zeemijl | 1852 meter |
| 1 minuut breedte | ongeveer 1 zeemijl |
| 1 minuut lengte op 53° N | ongeveer 0,6 zeemijl |
| 1 knoop | 1 zeemijl per uur (1,852 km/h) |
| Schaal 1 : 50.000 | 1 cm op de kaart is 500 meter |
Dieptes en het reductievlak
Dieptes op een zeekaart gelden ten opzichte van een reductievlak. Voor zeekaarten is dat standaard LAT, het laagste astronomische getij. Bij hoge luchtdruk of aflandige wind kan het water zelfs onder LAT zakken.
Een dieptecijfer zoals 4₃ betekent 4,3 meter onder het reductievlak. Een onderstreept cijfer zoals 1₂ is een droogvallende hoogte: de grond ligt 1,2 meter boven LAT.
Kleuren en kaarttekens
- Geel of beige: land.
- Groen: droogvallende gronden.
- Lichtblauw: ondiep water, binnen een dieptelijn.
- Wit: dieper water.
- Paarse golflijn: kabel. Een ster met paarse vlam: licht of vuurtoren.
- Liggende lijn met drie dwarsstreepjes: wrak.
- Lichtkarakter Fl(3) G 10s: groen schitterlicht, groepen van 3, periode 10 seconden.
Kaart bijhouden
De Dienst der Hydrografie geeft de 1800-serie uit. Een nieuwe uitgave komt alleen als daar aanleiding voor is. Je houdt je kaart zelf actueel met de Berichten aan Zeevarenden, die elke week verschijnen.
Alle tekens staan uitgelegd in Kaart 1 (INT1). Op het examen moet je de belangrijkste groepen herkennen zonder legenda.
Veelgemaakte fouten
- Afstand meten op de lengteschaal boven of onder de kaart.
- Een onderstreept cijfer lezen als waterdiepte in plaats van droogvallende hoogte.
- Denken dat de kaartdieptes ten opzichte van NAP zijn.
- Lengte voor breedte noemen bij een positie.
Bronnen: cbr.nl, defensie.nl, defensie.nl, defensie.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.