Ga direct naar de inhoud
TheorieZin
OpleidingVaarbewijs 2

Les 5 van 7

Getij: springtij, doodtij en waterhoogte berekenen

Op de Waddenzee bepaalt het getij of je ergens kunt varen. Je leert springtij en doodtij herkennen en met de 1/12-regel en de getijtafel de waterhoogte uitrekenen.

Hoe het getij werkt

Het getij komt vooral door de aantrekkingskracht van maan en zon. Een getijcyclus duurt ongeveer 12 uur en 25 minuten. Je hebt dus twee hoogwaters en twee laagwaters per 24 uur en 50 minuten.

Daardoor schuift het getij elke dag ongeveer 50 minuten op. Opkomend water heet vloed, afgaand water heet eb.

Springtij en doodtij

SpringtijDoodtij
Maanstandvolle en nieuwe maaneerste en laatste kwartier
Zon en maanop één lijnhaaks op elkaar
Wanneer in NLongeveer 2 dagen na volle en nieuwe maanongeveer 2 dagen na eerste en laatste kwartier
Effecthoog HW, laag LWlaag HW, hoog LW

Begrippen

  • Verval: het verschil tussen hoogwater en laagwater.
  • LAT: reductievlak van de zeekaart. Kaartdieptes gelden onder LAT.
  • NAP: het vlak van de getijtafels en havenmeesters. Reken altijd om naar LAT voordat je de kaartdiepte erbij telt.
  • Weer: hoge luchtdruk en aflandige wind maken het water lager dan voorspeld. De getijtafel rekent hier niet mee.

De 1/12-regel

Tussen laagwater en hoogwater zit ongeveer 6 uur. De regel verdeelt het verval over die uren als 1, 2, 3, 3, 2 en 1 twaalfde. In het 3e en 4e uur gaat het dus het snelst.

Opgeteld na 1, 2, 3, 4, 5 en 6 uur is dat 1, 3, 6, 9, 11 en 12 twaalfde.

Rekenvoorbeeld 1: waterhoogte

Laagwater is 0,6 m boven LAT, hoogwater 6 uur later 3,0 m. Het verval is 2,4 m, dus 1/12 is 0,2 m.

Hoe hoog staat het water 3 uur na laagwater? Dan is er 6/12 bijgekomen: 6 maal 0,2 is 1,2 m. De waterhoogte is 0,6 plus 1,2 is 1,8 m boven LAT.

Rekenvoorbeeld 2: van NAP naar diepte

De getijtafel geeft hoogwater NAP +1,10 m. LAT ligt hier op NAP −1,70 m. Dan staat het water 1,10 min (−1,70) is 2,80 m boven LAT.

De kaart geeft 0,8 m. De echte diepte is 2,80 plus 0,8 is 3,6 m. Bij een droogvallende hoogte van 0,9 m trek je af: 2,80 min 0,9 is 1,9 m water op de plaat.

Water onder de kiel

Water onder de kiel is kaartdiepte plus waterhoogte boven LAT min je diepgang. Houd altijd een veiligheidsmarge aan voor golven en een lagere waterstand dan voorspeld.

Veelgemaakte fouten

  • Springtij koppelen aan de kwartieren van de maan.
  • Een NAP-waterstand direct bij de kaartdiepte optellen zonder om te rekenen naar LAT.
  • Een droogvallende hoogte optellen in plaats van aftrekken.
  • Bij de 1/12-regel per uur rekenen in plaats van de twaalfden op te tellen.

Bronnen: rijkswaterstaat.nl, defensie.nl, cbr.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.

Gratis oefenen

Test wat je net hebt geleerd

Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.

Vragen laden…

Klaar om echt te oefenen?

Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.

Start de cursus · € 59,95
Vraag? App ons