Les 6 van 7
Waterwegen, waterstanden en weer
Je leert de betonning lezen, hoogteschalen en peilschalen aflezen, rekenen met NAP en het weerbericht begrijpen.
Betonning
Rode stompe tonnen geven de rechterzijde van het vaarwater aan. Groene spitse tonnen geven de linkerzijde aan. Kardinale boeien markeren een wrak of ander obstakel.
Naast de vaargeul ligt soms een recreatiegeul. Die is gemarkeerd met rood-wit en groen-wit gestreepte tonnen. Je vaart tussen de hoofdbetonning en de gestreepte tonnen. Op grote wateren zoals de Waddenzee zijn die tonnen geel.
- Een recreatiegeul is vaak ongeveer 1,5 m diep.
- Gebruik ervan is niet verplicht, wel aangeraden.
- Zwarte of gele vlaggetjes in het water wijzen meestal op visnetten.
Lichten
Het BPR omschrijft een flikkerlicht als een licht met 50 tot 60 flikkeringen per minuut. Een licht dat snel flikkert heeft 100 tot 150 flikkeringen per minuut.
Hoogteschaal en peilschaal
Een hoogteschaal bij een brug laat de doorvaarthoogte zien. De getallen lopen naar beneden op en elk blok is 10 cm. Je leest af waar het water de schaal raakt.
Een peilschaal laat de waterstand zien, meestal ten opzichte van NAP. Daar lopen de getallen naar boven op. NAP is het nulpunt voor hoogtes in Nederland en ligt ongeveer op het gemiddelde zeeniveau.
Weet je niet of er een schrikhoogte in de schaal zit? Reken dan altijd alsof die er niet in zit.
Rekenen met NAP
Op het examen reken je met de rekenmachine van het CBR. Zet de getallen eerst onder elkaar en let goed op plus en min.
| Wat wil je weten? | Zo reken je |
|---|---|
| Doorvaarthoogte | Brughoogte (NAP) min waterstand (NAP) |
| Ruimte boven je boot | Doorvaarthoogte min hoogte van je boot |
| Waterdiepte | Waterstand min bodemligging (beide in NAP) |
| Ruimte onder de kiel | Waterdiepte min diepgang |
Stroming op rivieren
In de buitenbocht is de stroming het sterkst en het water vaak het diepst. Tussen de kribben is de stroming zwakker.
Een rivier kan 8 tot 10 km per uur stromen. Je boot moet duidelijk sneller kunnen, anders ga je daar niet varen.
Wind en weer
Het KNMI geeft in het marifoonbericht een windwaarschuwing vanaf windkracht 6. Mist betekent een zicht van minder dan 1000 m.
Met de wind in je rug ligt het lagedrukgebied links. Dat is de wet van Buys Ballot. Rond een lagedrukgebied draait de wind tegen de klok in.
- Ruimen: de wind draait met de klok mee.
- Krimpen: de wind draait tegen de klok in.
- Warmtefront: eerst hoge sluierbewolking, dan motregen en slecht zicht.
- Koufront: buien, de wind ruimt plots, daarna opklaringen.
| Beaufort | Naam |
|---|---|
| 4 | matig |
| 5 | vrij krachtig |
| 6 | krachtig |
| 7 | hard |
| 8 | stormachtig |
| 9 | storm |
Borden
Bij bord A.12 geldt een roeiboot met buitenboordmotor die uit staat als schip zonder motor. Bij bord A.1a mag zo een boot er niet in. Bord E.21 staat snel varen toe, maar voor waterskien moet bord E.17 er staan.
Veelgemaakte fouten
- Een hoogteschaal aflezen als een peilschaal. Bij een hoogteschaal lopen de getallen naar beneden op.
- Een min-teken vergeten bij een waterstand of bodem onder NAP.
- Windkracht 8 storm noemen. Officieel is dat stormachtig.
- Denken dat bord E.21 waterskien toestaat.
Bronnen: knrm.nl, varendoejesamen.nl, wetten.overheid.nl, varendoejesamen.nl, rijkswaterstaat.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.