Ga direct naar de inhoud
TheorieZin
OpleidingVaarbewijs 1

Les 7 van 7

Varen en manoeuvreren

Je leert hoe schroef, roer en boegschroef werken, hoe je veilig schut, aanlegt en ankert, en wat je doet bij zuiging, dode hoek en man overboord.

Schroef, roer en boegschroef

Bij een rechtse schroef trekt het achterschip bij achteruit slaan naar bakboord. Daarom leg je met zo een schip bij voorkeur met bakboord aan.

Je roer werkt alleen als er water langs stroomt. Zonder vaart door het water kun je niet sturen.

De boeg beweegt altijd de andere kant op dan het water van de boegschroef. Gaat het schroefwater naar stuurboord, dan gaat de boeg naar bakboord.

Zuiging en dode hoek

Een groot schip zuigt water weg. In ondiep en smal water en bij hoge snelheid is dat effect sterker. Een klein schip dat vaart mindert, kan naar het achterschip van een groot schip worden gezogen.

Voor de boeg van een groot binnenvaartschip zit een dode hoek van wel 350 m. Kun jij de stuurhut zien, dan kan de schipper jou ook zien.

  • Wordt je ingehaald, houd dan de stuurboordwal en zorg dat het inhalen kort duurt.
  • Leg je boot langs een drukke vaarweg goed vast, want zuiging en golfslag trekken aan je lijnen.

Schutten

Vaar pas in bij groen licht en wacht tot de beroepsvaart vastligt met de schroef uit. Houd afstand tot het schroefwater en tot de sluisdeur.

Afgemeerd in de sluis gebruik je je motor niet. Volgens het BPR mag dat niet.

SituatieWat doe je?
Water zaktLijnen op tijd vieren
Water stijgtLijnen aanhalen
Van zoet naar zout schuttenEerst de achterlijn vast
Wind van achterenEerst de achterlijn vast
Beroepsvaart vaart uitAfstand houden, voorste lijn als laatste los

Aanleggen en wegvaren op stromend water

Leg op een rivier altijd aan tegen de stroom in. Je kunt dan goed sturen en rustig afstoppen. De voorlijn leg je als eerste vast.

Vaar nooit met de stroom mee een haven in. Je krijgt dan veel vaart en kunt tegen de havenkop slaan.

Ankeren

Ankeren mag niet in de vaargeul, bij bruggen, sluizen en hoogspanningskabels en waar een bord het verbiedt. Op een rivier met sterke stroming leg je het anker gebruiksklaar op het voordek.

Man overboord

  • Blijf de drenkeling aankijken en wijs naar hem.
  • Gooi een reddingsboei en alarmeer de Kustwacht.
  • Ga nooit zelf het water in.
  • Let bij het terugvaren vooral op de wind. Stroming werkt op boot en drenkeling even sterk.
  • Stop de schroef als je vlakbij bent.

Slepen en slecht zicht

Valt je motor uit, dan maakt de KNRM een sleepverbinding en brengt je naar de dichtstbijzijnde jachthaven. Reparatie regel je daar zelf.

Vermijd varen bij slecht zicht als het niet nodig is. Zoek bij mist op tijd een veilige haven op.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een groot schip je wegduwt. De zuiging trekt je juist naar het schip toe.
  • Met de stroom mee aanleggen.
  • Bij zakkend water de lijnen vast laten staan.
  • Bij man overboord op een rivier vooral op de stroming letten in plaats van op de wind.

Bronnen: varendoejesamen.nl, cbr.nl, varendoejesamen.nl, varendoejesamen.nl, varendoejesamen.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.

Gratis oefenen

Test wat je net hebt geleerd

Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.

Vragen laden…

Klaar om echt te oefenen?

Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.

Start de cursus · € 59,95
Vraag? App ons