Les 2 van 7
Lichten, dagtekens en geluidsseinen
Met lichten, dagtekens en geluidsseinen laat een schip zien wat het is en wat het gaat doen. Je leert de belangrijkste combinaties uit hoofdstuk 3 en 4 van het BPR herkennen.
De basislichten
Een toplicht is wit en schijnt naar voren over 225 graden. Boordlichten zijn groen aan stuurboord en rood aan bakboord. Het heklicht is wit en schijnt naar achteren.
Komt een schip recht op je af, dan zie je groen links en rood rechts. Zie je alleen rood, dan kijk je tegen de bakboordzijde en vaart het schip van rechts naar links. Zie je alleen een wit heklicht, dan vaart het van je af.
Herkennen in het donker
| Je ziet | Betekenis |
|---|---|
| Wit toplicht, boordlichten, heklicht | Motorschip |
| Twee toplichten boven elkaar en een geel heklicht | Motorschip dat sleept |
| Drie toplichten in een driehoek | Duwstel |
| Rood boven groen in de mast | Groot zeilschip |
| Wit boven groen | Veerpont, met boordlichten erbij is hij vrijvarend |
| Twee rode lichten boven elkaar | Schip dat niet kan manoeuvreren |
| Een, twee of drie blauwe lichten | Brandbare, schadelijke of ontplofbare stoffen |
| Twee gele snel flikkerende lichten | Snel schip |
| Blauw flikkerlicht | Politie, handhaving of brandweer |
Kleine schepen
- Klein motorschip: toplicht, boordlichten en heklicht, of boordlichten met een wit rondom schijnend licht.
- Open motorboot korter dan 7 m die niet harder kan dan 13 km/u: één wit rondom schijnend licht.
- Klein zeilschip: boordlichten en heklicht, of een driekleurenlantaarn in de mast. Korter dan 7 m mag één wit rondom licht, met een tweede wit licht als er een aanvaring dreigt.
- Roeiboot of kano: een wit rondom schijnend licht.
- Stilliggend klein schip: een wit rondom schijnend licht.
Dagtekens
Overdag gebruik je vormen zoals bollen, kegels en ruiten in plaats van lichten. Ze hangen zo dat je ze van alle kanten ziet.
- Zwarte kegel, punt omlaag: zeilen met de motor bij.
- Eén zwarte bol: ten anker of stil zonder aan de oever te liggen.
- Twee zwarte bollen: kan niet manoeuvreren.
- Gele bol: groot motorschip dat geassisteerd wordt.
- Gele ruit: passagiersschip korter dan 20 m.
- Rode bol en twee groene ruiten: werkend drijvend werktuig. Je vaart langs aan de kant van de groene ruiten.
Geluidsseinen
Een korte stoot duurt ongeveer 1 seconde, een lange stoot ongeveer 4 seconden.
| Sein | Betekenis |
|---|---|
| Eén lange stoot | Attentie |
| Eén korte stoot | Ik ga stuurboord uit |
| Twee korte stoten | Ik ga bakboord uit |
| Drie korte stoten | Ik sla achteruit |
| Vier korte stoten | Ik kan niet manoeuvreren |
| Reeks zeer korte stoten | Gevaar voor aanvaring |
| Lang, kort, lang | Verzoek om bediening van brug of sluis |
Veelgemaakte fouten
- Groen en rood omdraaien bij een schip dat op je af komt. Groen zit aan stuurboord, dus voor jou links.
- Twee toplichten van een sleep verwarren met de drie toplichten van een duwstel.
- Een zeilboot met de motor bij laten varen met de driekleurenlantaarn.
- Vier korte stoten verwarren met de reeks zeer korte stoten.
Bronnen: wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.