Ga direct naar de inhoud
TheorieZin
OpleidingVaarbewijs 1

Les 1 van 7

Vaarregels en voorrang op binnenwater

Wie moet uitwijken als schepen elkaar tegenkomen, kruisen of oplopen? Je leert de volgorde van de voorrangsregels uit het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en de regels bij havens, engten, sluizen en snelle motorboten.

Klein en groot schip

Een klein schip is korter dan 20 m. Een groot schip is elk schip dat geen klein schip is.

Let op: veerponten, passagiersschepen, sleep- en duwboten en beroepsvissers in bedrijf hebben de rechten van een groot schip, ook als ze korter zijn dan 20 m.

De volgorde van de voorrangsregels

De regels gelden als er gevaar voor aanvaring is. Ga ze in deze volgorde langs.

  1. Het schip dat de stuurboordszijde van het vaarwater volgt, krijgt voorrang van het schip dat dat niet doet. Dat geldt ook tussen een groot en een klein schip.
  2. Volgt geen van beide de stuurboordszijde, dan verleent een klein schip voorrang aan een groot schip.
  3. Tussen kleine schepen: motor wijkt voor spier, spier wijkt voor zeil.
  4. Twee kleine motorschepen die kruisen: wie van bakboord nadert, verleent voorrang. Komen ze recht op elkaar af, dan wijken beide naar stuurboord uit.
  5. Zeilschepen onderling hebben eigen regels, zie hieronder.

Zeilschepen onderling

Een zeilschip dat ook de motor gebruikt, voert overdag een zwarte kegel met de punt naar beneden.

SituatieWie verleent voorrang?
Giek aan verschillende kantenHet schip met de giek over stuurboord, dus met de wind van bakboord
Giek aan dezelfde kantHet loefwaartse schip, het dichtst bij de wind
Zeilen met de motor bijJe bent een motorschip en volgt de regels voor motorschepen

Oplopen, keren en uitvaren

Je loopt een schip in principe voorbij aan zijn bakboordzijde. Is er ruimte, dan mag het ook aan stuurboord. Een zeilschip loopt een ander zeilschip zo mogelijk aan loef voorbij.

Je mag alleen keren als dat zonder gevaar kan en andere schepen daardoor niet plotseling hun koers of snelheid hoeven te veranderen. Vaar je met een klein schip een haven of nevenvaarwater uit, dan verleen je voorrang aan grote schepen op het hoofdvaarwater.

Engten, bruggen en sluizen

In een engte op stromend water wacht het schip dat tegen de stroom in vaart, tot het schip dat met de stroom mee vaart erdoor is.

Je vaart de sluis in op volgorde van aankomst, maar een klein schip vaart pas in na de grote schepen die mee schutten. In de sluis gebruik je na het afmeren je motor niet meer tot je mag uitvaren.

Ligplaats nemen

  • Verboden onder een brug of hoogspanningslijn.
  • Verboden in of bij een engte en bij de monding van een haven of zijvaarwater.
  • Verboden in de vaarweg van een veerpont en waar het bord A.5 staat.

Snelle motorboten en waterscooters

Een snelle motorboot is een klein schip dat harder kan dan 20 km/u. Een waterscooter is ook een snelle motorboot.

Je mag met een snelle motorboot niet harder dan 20 km/u, behalve op vaarwegen die de beheerder daarvoor heeft aangewezen. De bestuurder is minstens 18 jaar. Het registratiebewijs moet aan boord zijn.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een klein schip altijd moet wijken. Volgt het kleine schip de stuurboordszijde en het grote schip niet, dan moet het grote schip voorrang verlenen.
  • Vergeten dat een zeilboot met de motor bij een motorschip is.
  • Wind van bakboord en giek over bakboord door elkaar halen. Kijk naar de kant van de giek: giek over stuurboord wijkt.
  • Bij de sluis als eerste invaren omdat je er eerst was, terwijl er grote schepen mee schutten.

Bronnen: wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl, wetten.overheid.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.

Gratis oefenen

Test wat je net hebt geleerd

Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.

Vragen laden…

Klaar om echt te oefenen?

Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.

Start de cursus · € 59,95
Vraag? App ons