Categorie: Verkeersregels

  • 10 verkeersborden die je zeker moet kennen

    10 verkeersborden die je zeker moet kennen

    Niet elk bord komt even vaak voor. Deze tien moet je in ieder geval kennen.

    1. Maximumsnelheid: rond, rode rand, getal. Niet harder dan aangegeven.
    2. Stopbord: achthoekig en rood. Altijd stoppen en voorrang verlenen.
    3. Voorrang verlenen: driehoek met de punt omlaag.
    4. Voorrangsweg: oranje-gele ruit. Jij hebt voorrang.
    5. Einde voorrangsweg: dezelfde ruit met een streep.
    6. Inrijverbod: rood rond bord met witte balk.
    7. Parkeerverbod: blauw met rode rand en één streep.
    8. Stopverbod: blauw met rode rand en een kruis.
    9. Inhaalverbod: rode en zwarte auto naast elkaar.
    10. Erf: bord met huisjes en spelende kinderen. Stapvoets rijden.

    Slim leren

    Leer eerst de vormen en kleuren. Dan herken je ook borden die je nog nooit hebt gezien. Lees meer in verkeersborden: vormen en kleuren.

    Veelgestelde vragen

    Hoeveel borden moet ik kennen?

    Veel, maar met vormen en kleuren herken je de meeste vanzelf.

    Wat is het verschil tussen parkeerverbod en stopverbod?

    Eén streep is parkeerverbod, een kruis is stopverbod.

    Wat betekent het erfbord?

    Je rijdt stapvoets en voetgangers mogen de hele weg gebruiken.

  • Woonerf en 30-zone: rustig aan

    Woonerf en 30-zone: rustig aan

    In woonwijken rijd je extra rustig. Twee begrippen komen vaak terug: het erf en de 30-zone.

    Het erf

    Een erf herken je aan het bord met huisjes en spelende kinderen. Hier rijd je stapvoets. Voetgangers mogen de hele weg gebruiken en kinderen spelen op straat.

    Parkeren op een erf

    Op een erf parkeer je alleen op plekken die daarvoor zijn aangegeven.

    De 30-zone

    In een 30-zone mag je maximaal 30 km/u. Je herkent het aan het zonebord bij de ingang van de wijk. Vaak zijn er drempels en smalle straten.

    Waarom zo langzaam?

    Bij een lage snelheid kun je veel sneller stoppen. En als het toch misgaat, is de schade veel kleiner.

    Veelgestelde vragen

    Hoe hard mag je op een erf?

    Stapvoets.

    Hoe herken je een 30-zone?

    Aan het zonebord bij de ingang van de wijk.

    Mogen voetgangers op de weg op een erf?

    Ja, ze mogen de hele weg gebruiken.

  • Verkeersregelaar, verkeerslicht of bord: wat gaat voor?

    Verkeersregelaar, verkeerslicht of bord: wat gaat voor?

    Soms lijken regels elkaar tegen te spreken. Er is een vaste volgorde die bepaalt wat voorgaat.

    De volgorde

    1. Aanwijzingen van een verkeersregelaar of politie
    2. Verkeerslichten
    3. Verkeersborden en wegmarkeringen
    4. Verkeersregels, zoals verkeer van rechts gaat voor

    Voorbeeld

    Het licht staat op groen, maar een verkeersregelaar geeft een stopteken. Dan stop je. De aanwijzing gaat voor het verkeerslicht.

    Nog een voorbeeld

    Er staan haaientanden, maar het verkeerslicht staat op groen. Dan volg je het licht. Valt het licht uit? Dan gelden de borden en haaientanden weer.

    Geel licht

    Bij geel licht stop je, tenzij dat niet meer veilig kan.

    Veelgestelde vragen

    Wat gaat voor: een bord of een verkeerslicht?

    Het verkeerslicht.

    Wat als het verkeerslicht uitvalt?

    Dan gelden de borden en haaientanden.

    Wat gaat boven alles?

    Aanwijzingen van een verkeersregelaar of politie.

  • Tram, bus en hulpdiensten: bijzondere voorrang

    Tram, bus en hulpdiensten: bijzondere voorrang

    Sommige voertuigen hebben bijzondere regels. Op het examen komen ze vaak terug.

    De tram

    Op een gelijkwaardig kruispunt heeft de tram voorrang op al het andere verkeer. Ook als hij van links komt.

    De lijnbus bij de halte

    Binnen de bebouwde kom geef je een lijnbus de ruimte om van de halte weg te rijden als hij richting aangeeft. Laat gas los en laat de bus invoegen.

    Hulpdiensten

    Politie, brandweer en ambulance met zwaailicht en sirene geef je vrije doorgang. Maak ruimte zodra dat veilig kan. Rem niet plotseling midden op de weg.

    Een verkeersregelaar

    Staat er een verkeersregelaar? Diens aanwijzingen gaan voor alles, ook voor verkeerslichten.

    Veelgestelde vragen

    Heeft de tram voorrang van links?

    Op een gelijkwaardig kruispunt wel.

    Wat doe ik als een bus van de halte wil?

    Binnen de bebouwde kom geef je hem de ruimte om weg te rijden.

    Wat doe ik bij zwaailicht en sirene?

    Ruimte maken zodra dat veilig kan.

  • Fietsers en voetgangers: hier let je op

    Fietsers en voetgangers: hier let je op

    In Nederland deel je de weg met veel fietsers en voetgangers. Ze zijn kwetsbaar, dus jij past op.

    Fietsers van rechts

    Op een gelijkwaardig kruispunt hebben ook fietsers van rechts voorrang.

    Rechtsaf slaan

    Sla je rechtsaf? Dan laat je fietsers die rechtdoor gaan voor. Kijk in je spiegel en over je schouder, want fietsers zitten vaak in je dode hoek.

    Zebrapaden

    Voetgangers die oversteken of duidelijk willen oversteken, laat je voor. Haal vlak voor een zebrapad nooit in.

    Ruimte bij inhalen

    Houd ruim afstand als je een fietser inhaalt. Zeker bij wind, kinderen op de fiets of als de fietser schrikt.

    Kinderen

    Kinderen zijn onvoorspelbaar. Zie je een bal op straat of kinderen bij een school? Rem af.

    Veelgestelde vragen

    Hebben fietsers van rechts voorrang?

    Ja, op een gelijkwaardig kruispunt.

    Waar let ik op bij rechtsaf slaan?

    Op fietsers die rechtdoor gaan. Kijk in je spiegel en over je schouder.

    Mag ik inhalen bij een zebrapad?

    Nee, niet vlak voor en op een zebrapad.

  • Kinderen in de auto: gordels en zitjes

    Kinderen in de auto: gordels en zitjes

    Kinderen vervoer je extra veilig. Daar zijn duidelijke regels voor.

    Kleiner dan 1,35 meter

    Kinderen kleiner dan 1,35 meter moeten in een goedgekeurd kinderbeveiligingsmiddel. Dat past bij hun lengte of gewicht.

    Groter dan 1,35 meter

    Dan gebruiken ze de gewone autogordel, net als volwassenen.

    Achterwaarts zitje voorin

    Zet je een achterwaarts gericht zitje op de voorstoel? Dan moet de airbag aan die kant uit staan. Een airbag die afgaat is levensgevaarlijk voor een baby.

    Jij bent verantwoordelijk

    Als bestuurder zorg je dat kinderen goed vastzitten. Ook op korte ritjes.

    Veelgestelde vragen

    Tot welke lengte is een kinderzitje verplicht?

    Tot 1,35 meter.

    Mag een baby voorin?

    In een achterwaarts zitje, maar dan moet de airbag aan die kant uit.

    Wie is verantwoordelijk?

    De bestuurder.

  • Rijhulpsystemen (ADAS) en je theorie

    Rijhulpsystemen (ADAS) en je theorie

    Moderne auto’s hebben steeds meer hulpsystemen. Ze maken rijden veiliger, maar ze nemen je taak niet over.

    Wat is ADAS?

    ADAS staat voor systemen die je helpen tijdens het rijden. Denk aan adaptieve cruise control, een rijstrookassistent of een noodremsysteem.

    Jij blijft verantwoordelijk

    Het belangrijkste om te onthouden: jij bent de bestuurder. Je houdt je handen aan het stuur, je aandacht op de weg en je moet altijd kunnen ingrijpen.

    Veelvoorkomende systemen

    • ABS: voorkomt dat je wielen blokkeren, zodat je kunt blijven sturen
    • Adaptieve cruise control: houdt zelf afstand tot je voorganger
    • Rijstrookassistent: helpt je tussen de lijnen te blijven
    • Dodehoekwaarschuwing: waarschuwt als er iets naast je rijdt

    Systemen kunnen iets missen

    Sensoren werken minder goed bij regen, sneeuw of vieze ruiten. Kijk dus altijd zelf in je spiegels en over je schouder.

    Veelgestelde vragen

    Wat doet ABS?

    Het voorkomt dat je wielen blokkeren, zodat je kunt blijven sturen.

    Mag ik mijn handen van het stuur met een rijstrookassistent?

    Nee, je blijft zelf sturen en opletten.

    Wie is verantwoordelijk als het systeem iets mist?

    Jij, als bestuurder.

  • Volgafstand: de 2-secondenregel

    Volgafstand: de 2-secondenregel

    Te dicht op je voorganger rijden is een van de grootste oorzaken van kop-staartbotsingen. Met één simpele regel voorkom je dat.

    De regel

    Houd op een droge weg minimaal 2 seconden afstand.

    Zo meet je het

    Kies een vast punt langs de weg, zoals een lantaarnpaal. Als je voorganger dat punt passeert, tel je: eenentwintig, tweeëntwintig. Ben je er eerder? Dan zit je te dichtbij.

    Meer afstand bij

    • Regen en gladheid
    • Slecht zicht
    • Een zwaar beladen auto

    Rijhulpsystemen

    Heeft je auto een systeem dat zelf afstand houdt? Fijn, maar jij blijft verantwoordelijk. Lees meer over rijhulpsystemen.

    Veelgestelde vragen

    Hoeveel afstand houd je?

    Op een droge weg minimaal 2 seconden.

    Hoe meet ik dat?

    Tel twee tellen vanaf het moment dat je voorganger een vast punt passeert.

    Wanneer houd ik meer afstand?

    Bij regen, gladheid en slecht zicht.

  • Remweg, reactieafstand en stopafstand

    Remweg, reactieafstand en stopafstand

    Op het examen krijg je vragen over hoe lang het duurt voordat je stilstaat. Dit zijn de begrippen.

    Reactieafstand

    De afstand die je aflegt tussen het zien van gevaar en het moment dat je gaat remmen.

    Remweg

    De afstand die je aflegt vanaf het moment dat je remt tot je stilstaat.

    Stopafstand

    Reactieafstand plus remweg samen.

    Twee keer zo hard, vier keer zo lang

    De remweg groeit met het kwadraat van je snelheid. Rijd je twee keer zo hard, dan wordt je remweg ongeveer vier keer zo lang.

    Wat maakt je remweg langer?

    • Een nat of glad wegdek
    • Versleten banden
    • Een zwaar beladen auto

    Wat maakt je reactieafstand langer?

    • Vermoeidheid
    • Afleiding, zoals je telefoon
    • Alcohol of drugs

    Veelgestelde vragen

    Wat is de stopafstand?

    Reactieafstand plus remweg.

    Wat gebeurt er met de remweg als je twee keer zo hard rijdt?

    Die wordt ongeveer vier keer zo lang.

    Wat maakt de remweg langer?

    Een nat of glad wegdek, versleten banden en een zware lading.

  • Verlichting: dimlicht, grootlicht en mistlampen

    Verlichting: dimlicht, grootlicht en mistlampen

    Verlichting zorgt dat jij goed ziet en dat anderen jou zien. Elke lamp heeft zijn eigen moment.

    Dimlicht

    Gebruik je dimlicht als het donker is en bij slecht zicht. Denk aan een tunnel, zware regen of mist.

    Grootlicht

    Grootlicht gebruik je op een donkere, lege weg. Zet het uit als er een tegenligger aankomt of als je achter iemand rijdt. Anders verblind je de ander.

    Mistachterlicht

    Het mistachterlicht is fel. Je gebruikt het alleen als het zicht door mist of sneeuwval minder dan 50 meter is.

    Alarmlichten

    Alarmlichten gebruik je bij pech of om achteropkomend verkeer te waarschuwen voor een plotselinge file.

    Veelgestelde vragen

    Wanneer gebruik ik mijn mistachterlicht?

    Alleen bij zicht onder 50 meter door mist of sneeuwval.

    Wanneer zet ik grootlicht uit?

    Als er een tegenligger aankomt of als je achter iemand rijdt.

    Wanneer gebruik ik dimlicht?

    In het donker en bij slecht zicht.