Les 1 van 8
Je plek op de weg als motorrijder
Waar je rijdt, hoe je voorsorteert en inhaalt, hoe hard je mag en waar je mag stilstaan of parkeren. Met de regels uit het RVV 1990 en de gedragscode voor filerijden.
Rechts houden en voorsorteren
De hoofdregel is simpel: je houdt zoveel mogelijk rechts. Op een weg met meer rijstroken rijd je dus op de rechter rijstrook, tenzij je inhaalt.
Wil je afslaan, dan sorteer je op tijd voor. Voor rechtsaf ga je zo ver mogelijk rechts. Voor linksaf ga je zo dicht mogelijk bij het midden van de weg. Je geeft altijd richting aan voordat je afslaat.
Als motorrijder hoor je op de rijbaan. Een fietspad of trottoir gebruik je niet, ook niet om even voor te kruipen bij een stoplicht.
Positie in je rijstrook
Je rijstrook is breed genoeg om te kiezen waar je rijdt. Kies een plek waar je goed ziet en goed gezien wordt.
In een bocht naar links blijf je rechts in je rijstrook. Je kijkt dan verder de bocht in en houdt afstand tot tegenliggers die de bocht afsnijden.
Inhalen
Je haalt links in. Er zijn een paar vaste uitzonderingen, die vaak op het examen komen.
Inhalen vlak voor of op een zebrapad is verboden. De auto voor je remt misschien voor een voetganger die jij niet ziet.
- Een auto die links voorsorteert en linksaf gaat, haal je rechts in.
- Een file mag je rechts inhalen.
- Een tram mag je rechts inhalen.
- Na het inhalen ga je terug naar rechts zodra het veilig kan.
Filerijden
Tussen de files door rijden is niet in de wet geregeld. Er is wel een gedragscode voor motorrijders.
Volgens die code rijd je tussen de twee meest linker rijstroken en ben je maximaal 10 km/h sneller dan de file. Over de vluchtstrook rijden mag niet, want die is alleen voor noodgevallen.
Maximumsnelheden voor je motor
Deze snelheden gelden als er geen borden met een andere snelheid staan. Een bord of een matrixbord met een lagere snelheid gaat altijd voor.
| Waar | Maximum |
|---|---|
| Binnen de bebouwde kom | 50 km/h |
| Buiten de bebouwde kom | 80 km/h |
| Autoweg | 100 km/h |
| Autosnelweg | 130 km/h |
| Motor met aanhangwagen | 90 km/h |
Stilstaan en parkeren
Stilstaan is kort stoppen, bijvoorbeeld om iemand te laten uitstappen. Parkeren is langer stilstaan. Voor allebei gelden verboden plekken.
- Niet stilstaan: op een kruispunt of overweg, op een fietsstrook, in een tunnel, op of binnen 5 meter voor een zebrapad, langs een gele doorgetrokken streep, en binnen 12 meter van een bushaltebord zonder geblokte markering.
- Niet parkeren: binnen 5 meter van een kruispunt, voor een uitrit, langs een gele onderbroken streep en buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat je op de linker of middelste rijstrook mag blijven als rechts vrij is.
- De vluchtstrook gebruiken om langs een file te rijden.
- Een gele onderbroken streep verwarren met een gele doorgetrokken streep. Bij de onderbroken streep mag je wel kort stilstaan.
- Met een aanhangwagen de snelheid van het bord aanhouden in plaats van 90 km/h.
Bronnen: wetten.overheid.nl, anwb.nl, rijksoverheid.nl, cbr.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.