Ga direct naar de inhoud
TheorieZin
OpleidingMotor

Les 2 van 8

Voorrang en voor laten gaan

Wie mag eerst op een kruispunt, bij afslaan en bij bijzondere manoeuvres. Je leert de vaste volgorde waarmee je elke voorrangsvraag oplost.

Stappenplan voor elk kruispunt

Op het examen krijg je veel kruispunten van bovenaf. Werk ze altijd in dezelfde volgorde af. Dan maak je minder fouten.

  1. Is er een politieagent of verkeersregelaar? Die gaat voor alles.
  2. Zijn er verkeerslichten? Die gaan voor borden en regels.
  3. Zijn er borden of haaientanden? Die bepalen wie voorrang heeft.
  4. Geen borden? Dan is het een gelijkwaardig kruispunt en geldt de hoofdregel.

Het gelijkwaardige kruispunt

Op een gelijkwaardig kruispunt geef je voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Dat geldt voor auto's, fietsers en andere motorrijders.

Er zijn twee uitzonderingen. Verkeer op een onverharde weg geeft voorrang aan verkeer op een verharde weg. En een tram geef je op een gelijkwaardig kruispunt altijd voorrang, ook als hij van links komt.

Borden en haaientanden

Haaientanden en het bord voorrang verlenen betekenen dat jij het verkeer op de kruisende weg voor laat gaan, van links en van rechts. Bij een stopbord stop je eerst bij de stopstreep.

Op een rotonde staan meestal haaientanden bij de ingang. Dan gaat het verkeer op de rotonde voor. Zonder borden of haaientanden geldt ook op een rotonde: verkeer van rechts gaat voor.

Afslaan

Wie afslaat, laat tegemoetkomend verkeer en verkeer naast of vlak achter zich voorgaan. Denk aan een fietser op het fietspad naast je die rechtdoor gaat.

Sla je linksaf en wil een tegenligger op hetzelfde kruispunt rechtsaf, dan gaat de tegenligger voor. Dit geldt ook als je op een voorrangsweg rijdt.

Bijzondere manoeuvres

Bij een bijzondere manoeuvre laat je al het overige verkeer voorgaan. Dit zijn de manoeuvres:

ManoeuvreVoorbeeld
WegrijdenJe vertrekt vanaf de kant van de weg
UitritJe rijdt van een oprit de weg op
Keren of achteruitrijdenJe draait je motor op een rustige weg
InvoegenVan de invoegstrook naar de doorgaande rijbaan
Van rijstrook wisselenNaar links om in te halen

Voetgangers en voorrangsvoertuigen

Voetgangers die op een zebrapad oversteken of duidelijk willen oversteken, laat je voorgaan. Een blinde of slechtziende met een witte stok of geleidehond laat je ook buiten een zebrapad voorgaan. Een witte stok met rode ringen betekent dat iemand doofblind is.

Een voertuig met blauw zwaailicht en sirene laat je altijd voorgaan. Maak ruimte als dat veilig kan, maar rijd niet door rood.

Veelgemaakte fouten

  • Vergeten dat een tram ook van links voorgaat.
  • Denken dat je richtingaanwijzer je voorrang geeft bij het wisselen van rijstrook.
  • Bij linksaf slaan voor een tegenligger gaan die rechtsaf wil.
  • Op een rotonde zonder haaientanden denken dat het verkeer op de rotonde altijd voorgaat.

Bronnen: wetten.overheid.nl, anwb.nl, cbr.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.

Gratis oefenen

Test wat je net hebt geleerd

Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.

Vragen laden…

Klaar om echt te oefenen?

Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.

Start de cursus · € 39,95
Vraag? App ons