Voorrang is een van de lastigste onderwerpen van de theorie. Hier staan de belangrijkste regels bij elkaar.
1. Aanwijzingen gaan voor alles
Een verkeersregelaar of politie gaat voor verkeerslichten, borden en gewone regels.
2. Verkeerslichten
Daarna komen verkeerslichten. Bij groen mag je rijden, maar let nog steeds op ander verkeer.
3. Borden en haaientanden
Een omgekeerde driehoek of haaientanden betekenen voorrang verlenen. Een stopbord betekent stoppen én voorrang verlenen.
4. Gelijkwaardig kruispunt
Zonder borden of lichten gaat verkeer van rechts voor. De tram heeft altijd voorrang.
5. Uitritten
Wie een uitrit afrijdt, laat al het verkeer op de weg voor. Ook fietsers en voetgangers.
6. Afslaan
Wie afslaat, laat het rechtdoorgaande verkeer op dezelfde weg voor.
7. Hulpdiensten
Voertuigen met zwaailicht en sirene geef je vrije doorgang.
8. Voetgangers op het zebrapad
Voetgangers die oversteken of duidelijk willen oversteken, laat je voor.
Wil je één regel extra goed snappen? Lees dan ook voorrang op een gelijkwaardig kruispunt.
Veelgestelde vragen
Wat gaat voor: een agent of een stoplicht?
De aanwijzingen van de agent of verkeersregelaar.
Wie gaat voor bij een uitrit?
Het verkeer op de weg. Wie de uitrit afrijdt, wacht.
Moet ik stoppen bij een zebrapad?
Ja, als een voetganger oversteekt of duidelijk wil oversteken.



