Les 8 van 8
Je motor kennen en controleren
Een veilige rit begint bij een motor die in orde is. Je leert wat je controleert aan banden, ketting, spiegels en verlichting, en wat lading doet met je motor.
Banden
Een motorband moet volgens de wet minimaal 1 millimeter profiel hebben. Voor een autoband is dat 1,6 millimeter. Het is verstandig je banden al bij 2 à 3 millimeter te vervangen.
Goed profiel voert water weg en verkleint de kans op aquaplaning. Controleer de bandenspanning regelmatig, en zeker voor een lange rit of met een passagier.
Ketting
De ketting brengt de kracht naar het achterwiel. Een droge of verkeerd gespannen ketting slijt snel en kan losschieten.
Controleer de spanning en smeer de ketting zoals in het onderhoudsboekje staat. Laat onderhoud doen volgens de gegevens van de fabrikant.
Spiegels
Stel je spiegels af voordat je wegrijdt, zittend op de motor. Ze zijn goed afgesteld als je vooral de weg achter je ziet en maar een klein stukje van je eigen arm.
Spiegels laten niet alles naast je zien. Kijk daarom over je schouder voordat je opzij gaat.
Verlichting
Overdag moet je licht voeren als het zicht ernstig wordt belemmerd, zoals bij mist of zware regen. Bij nacht rijd je met dimlicht.
| Situatie | Groot licht? |
|---|---|
| Donkere weg zonder ander verkeer | Mag |
| Tegenligger komt eraan | Mag niet |
| Vlak achter een ander voertuig | Mag niet |
| Overdag | Mag niet |
Controle voor en na het starten
- Voor het starten: banden, bandenspanning en ketting
- Na het starten: controlelampjes en meters op het dashboard
- Voor het wegrijden: spiegels afstellen
- Verlichting: koplamp, achterlicht, remlicht en richtingaanwijzers
Kentekenplaat en papieren
Een gewone motor heeft een gele kentekenplaat met zwarte letters en cijfers. Neem altijd het kentekenbewijs of de kentekencard mee als je gaat rijden.
Een motor hoeft niet naar de APK. Daarom is het extra belangrijk dat je zelf goed op banden, ketting, remmen en lampen let.
Lading, passagier en aanhangwagen
Een passagier, bagage en lading veranderen hoe je motor op de weg ligt. Hij stuurt en remt anders en is minder stabiel. Pas je snelheid en afstand daarop aan.
Trek je een lichte aanhangwagen, dan krijgt die een witte kentekenplaat met het kenteken van je motor. Je motor zelf heeft een gele plaat.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat voor motorbanden ook 1,6 millimeter de grens is.
- Spiegels afstellen tijdens het rijden.
- Alleen op je spiegels vertrouwen bij het wisselen van rijstrook.
- Groot licht laten branden als er een tegenligger aankomt.
- Vergeten dat een passagier je remweg en stabiliteit verandert.
Bronnen: anwb.nl, cbr.nl, wetten.overheid.nl, rdw.nl. Gecontroleerd op 13 oktober 2026.
Gratis oefenen
Test wat je net hebt geleerd
Een paar vragen over dit onderwerp, met uitleg. Geen account nodig.
Klaar om echt te oefenen?
Met de complete cursus krijg je alle vragen, 8 oefenrondes en proefexamens met de echte regels.